Miniatuurvoorbeeld

Het meten van lokale luchtkwaliteit naar een hoger plan tillen. Dat was het uitgangspunt van het symposium Samen meten aan luchtkwaliteit dat op woensdag 7 december door het Centrum Milieukwaliteit van het RIVM werd georganiseerd. Vertegenwoordigers van (decentrale) overheden, omgevingsdiensten, GGD’s, NGO’s, meetbureaus, bedrijven, kennisinstellingen en universiteiten waren hierbij aanwezig. Aan het eind van de dag werd de website samenmetenaanluchtkwaliteit.nl gelanceerd, en kregen 75 aanwezigen een fijnstofsensor mee naar huis voor deelname aan een experiment om gezamenlijk de vuurwerkpiek rond Oud & Nieuw te meten. Het symposium vormde de start van een kennisagenda waarmee het RIVM samen wil bouwen aan de luchtmonitoring van de toekomst waarin burgers en overheden samen optrekken. De sfeer en ervaringen van het symposium kunt u terugvinden in onderstaande video en beschrijving. 

(Fietsers en voetgangers steken een drukke autoweg over. Voice-over:)

VROLIJKE MUZIEK

VOICE-OVER: Het RIVM wil graag ondersteuning bieden aan mensen die zelf luchtkwaliteit willen meten.
Deze vorm van onderzoek, waarbij de burger zelf bijdraagt aan het leveren van resultaten heet 'citizen science'.
MARGA JACOBS: Citizen science betekent voor mij vooral dat burgers het zelf kunnen gaan doen.
CHRISTINE STROUS: Wij merken dat mensen die geïnteresseerd zijn in luchtkwaliteit het leuk vinden om te weten hoe de luchtkwaliteit in hun woonplaats is maar het eigenlijk nog belangrijker vinden om te weten hoe de lucht bij hen in de buurt is.
FRANK KRESIN: Ik vind citizen science belangrijk om drie redenen.
Enerzijds de betrokkenheid van burgers bij hun leefomgeving in de tweede plaats dat meer gegevens leiden tot meer inzicht en het derde is dat ik hoop dat het meer handelingsperspectief biedt en daarmee bijdraagt aan een schone, gezonde en leefbare stad.
MENDY VAN DER VLIET: We willen problematiek zoals luchtkwaliteit en klimaatverandering als wetenschappers oplossen maar we hebben ook de burgers nodig, omdat we samen veel meer kunnen doen.
LINDA CARTON: Je wilt wetenschap niet alleen voor de wetenschap niet alleen voor jezelf, maar je doet het voor gezonde mensen voor een goed leefmilieu op de hele planeet en voor een betere toekomst met ons allen.
VOICE-OVER: Om erachter te komen wat mensen verwachten van citizen science en om te kijken wat ze aan ondersteuning nodig hebben is het Samen meten-symposium georganiseerd.
Geïnteresseerde burgers, gemeenten en andere organisaties komen bij elkaar om samen informatie te delen.
ANDRÉ VAN DER ZANDE: We hebben hier een prachtige middag over luchtkwaliteit, citizen science en nieuwe sensoren en dat inspireert mij enorm, want mensen willen niet alleen weten hoe het gemiddeld in Nederland zit, maar mensen willen weten hoe het zit met lucht in hun eigen straat, in hun eigen wijk.
PETER VAN BREUGEL: Ik denk dat we in de toekomst veel meer met citizen science gaan doen, en wél denk ik dat het belangrijk is dat de verwachtingen bij iedereen realistisch blijven met wat je er allemaal mee kan.
GIJS BOERWINKEL: Wat ik vandaag echt een openbaring vond is dat ik naar het grote, nationale instituut van het RIVM dat ik zie als een groot overheidsorgaan dat ik zie dat die eigenlijk al heel erg ver zijn in hun niet alleen het idee dat ze citizen science de toekomst vinden maar ook echt, met het uitdelen van sensors met het openstellen van hun meetstations om iedereen te kunnen laten kalibreren met hun eigen sensors dat ze niet alleen in woord, maar ook echt in daad al heel erg ver zijn in citizen science. Dat vind ik heel leuk om te zien.
FRITS OGG: Wat ik verwacht van dit symposium is vooral een stuk kennisuitwisseling.
Je kunt niet alles weten, je hoeft gelukkig niet alles te weten dus je kunt heel veel kennis op dit moment uitwisselen.
JEAN-PAUL CLOSE: Ik vind dit symposium belangrijk omdat wij dit in Eindhoven al lang doen en wij onze kennis willen uitdragen naar alle andere steden en ze erbij willen betrekken.
ROBBERT DE VRIEZE: Wat ik meeneem van deze bijeenkomst is dat meten aan luchtkwaliteit hartstikke leuk is om te doen maar dat er toch ook wel haken en ogen aan zitten.
Het klinkt makkelijker dan het is, maar in Rotterdam gaan we er wel mee aan de slag.
CORLINE KOOLHAAS: Luchtkwaliteit, waterkwaliteit, weer, noem maar op.
Weet je, het is je eigen leefomgeving, dus doe mee.
VOICE-OVER: Wilt u meer informatie? Kijk dan op samenmetenaanluchtkwaliteit.nl.

(Het Nederlandse wapenschild met daarnaast: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het beeld wordt lichtblauw met wit. Beeldtekst: Meer informatie? www.samenmetenaanluchtkwaliteit.nl. Een productie van RIVM. Copyright 2016.)

Het toekomstbeeld van gemeenten en provincies

Frank Kresin (Waag Society) leidde in de ochtend het gesprek tussen vertegenwoordigers van lokale en provinciale overheden over de rol die burgers in het meten van luchtkwaliteit kunnen hebben. Want dat is het toekomstbeeld dat ook het RIVM schetst; de ontwikkeling van goedkopere sensortechnologie leidt tot goedkopere metingen die ook door lokale overheden en burgers kunnen worden uitgevoerd. Referentiemetingen zullen altijd de basis blijven, alhoewel het wel de verwachting is dat het aantal referentiemetingen zal dalen. Door aanvullend op veel meer locaties met goedkopere sensoren te meten, kan de kwaliteit van monitoring gehandhaafd of zelfs verbeterd worden. Nijmegen loopt hierin voorop met een project waarin burgers ook echt zelf meten. Andere steden merken dat burgers ook bij hen actiever beginnen te worden en zelf willen gaan meten. Sommige zien kansen in het kader van de participatiemaatschappij.

Miniatuurvoorbeeld

 

Metingen verschuiven richting de burger

Gemeenten en provincies verwachten een verschuiving in de richting van de burger en naar goedkopere nieuwe technologie. Ze benadrukken daarbij dat het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) een belangrijke basis zal blijven en verwachten dat het Rijk voor uniformering en kwaliteitscontrole zorgt. Want er is grote behoefte aan één datastructuur. Ook ziet men blijvende waarde van de Palmesbuisjes, waarmee goedkoop en betrouwbaar de jaargemiddeldeconcentratie van stikstofdioxide kan worden gemeten. Sensoren bieden daarbovenop extra informatie over de variatie van concentraties in de tijd. Precies dat zal gaan helpen om de meetdata te gebruiken voor handelingsperspectief.

Waar doen we het voor: leefbaarheid en gezondheid

Uiteindelijk gaat het om verbeteren van de luchtkwaliteit en de leefbaarheid. Decentrale overheden willen hun budgetten vooral aan maatregelen besteden. Wanneer burgermetingen het bewustzijn vergroten, kunnen ze helpen om acceptatie van maatregelen te vergemakkelijken en – met een langere adem – gedragsverandering stimuleren. Iets verder in de toekomst ontstaat het beeld van gekoppelde data over persoonlijke blootstelling en gezondheidsmetingen. Dat vraagt om sensoren die mobiel en draagbaar zijn. Ten slotte spreken gemeenten de behoefte uit ook andere indicatoren te kunnen meten, zoals ultrafijnstof of een stof gerelateerd aan houtstook.

De boodschap van de sprekers

Bij het middagprogramma waren meer deelnemers aanwezig. Andre van der Zande, Directeur-generaal van het RIVM, opende de middag door de wens uit te spreken om samen gemotiveerd te raken voor de netwerkaanpak waar samen meten voor staat. Want de relatie tussen instituten als het RIVM en burger verandert. Mensen kunnen en willen ook zelf meten en bijdragen aan een betere luchtkwaliteit.

Daarin zijn we goed op weg, was de boodschap van Christian Zuidema, Manager Lucht en Geluid bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Niemand twijfelt aan het belang van schone lucht. De staatssecretaris heeft uitgesproken te streven naar de WHO-advieswaarden. Ook komt de Gezondheidsraad met een advies over de manier waarop gezondheid meer centraal kan komen te staan in het luchtbeleid. Christian zei trots te zijn op het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit en bevestigde RIVM in haar rol als referentie-instituut voor het meten van luchtkwaliteit.

Miniatuurvoorbeeld

 

Verklein de kloof tussen overheid en burger

Miniatuurvoorbeeld

Het belang van schone lucht is van alle tijden.  Dagvoorzitter Gert-Jan de Maagd haalde de voorbeelden van de ‘Great London Smog’ in 1952 en recent een feest met vuurwerk in New Delhi aan.

Dat ook in Nederland luchtverontreiniging voor gezondheidslast zorgt, maakte Harriët Tiemens, wethouder in Nijmegen, nog eens duidelijk. Het Smart Emissionproject waarin de gemeente Nijmegen participeert, is winnaar geworden van de verkiezing van de slimste binnenstad van Nederland. In het project meten burgers zelf luchtkwaliteit en geluid, daarbij begeleid door wetenschappers van de Radboud Universiteit. Belangrijke reden voor de stad om mee te doen is om de afstand tussen overheid en burger te verkleinen. Harriët hield dan ook een pleidooi voor het met elkaar delen van informatie, om argwaan bij burgers te verminderen. Het Smart Emissionproject laat zien dat die aanpak succesvol is mits je er zelf ook tijd in investeert. Het project heeft verschillende suggesties voor vervolgonderzoek opgeleverd. Er wordt gezocht naar een partij die het beheer van het meetnet bij continuering op zich kan nemen.

Slimme burgers maken een slimme stad

Miniatuurvoorbeeld

Frank Kresin belichtte de slimme stad van de andere kant: een stad is zo slim als haar burgers. Slimme burgers nemen initiatief en verantwoordelijkheid. Ze willen nieuwe technologie begrijpen en daar toepassingen bij bedenken. In het project Amsterdam Smart Citizen Lab helpt Waag Society samen met kennisinstituten burgers om zelf luchtkwaliteit te meten. Frank lichtte toe waarom burgers mee willen doen: het is een combinatie van interesse in hun eigen leefomgeving, in technologie en in samen iets willen doen. Onlangs hebben burgers in de Valkenburgerstraat zelf luchtkwaliteit gemeten. De stadsdeelvoorzitter kwam met de burgers praten. En zo zou het ook moeten zijn aldus Frank. Zijn belangrijkste advies aan overheden: faciliteer de slimme burger en verwelkom daarbij frictie en creativiteit.

Het nieuwe meten

Om te komen tot een vernieuwd landelijk monitoringssysteem ziet Erik Tielemans, afdelingshoofd Onderzoek en Innovatie Milieukwaliteit van het RIVM, een belangrijke rol weggelegd voor nieuwe technologie én voor burgers. In pilotprojecten in en met steden wordt daar ervaring mee opgedaan. Als voorbeeld noemde hij het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden. Daarin wordt een beperkt aantal hoogwaardige meetinstrumenten aangevuld met een groot aantal passieve samplers. De samplers worden bovendien verwisseld door vrijwilligers, vaak de natuurbeheerders.

De opbrengst uit de sessies

De verdiepende sessies vormen de opmaat voor een gezamenlijke kennisagenda.

Data “Wat hebben de buren eigenlijk gemeten”?  Een sessie onder leiding van Geonovum.

De sessie over data ging dieper in op de vraag wat je in een project met burgers meet en hoe: welke eenheden hanteer je, hoe vaak meet je, in hoeverre ga je de data aggregeren, welke apparatuur voldoet aan de vraag die je wilt beantwoorden. Ook is gesproken over de context en sociale validatie van data, door bijvoorbeeld te vragen of buurtbewoners meer last hebben van vieze lucht op plekken waar de concentraties vervuilende stoffen hoog zijn. Eigendom van data, communicatie over de kwaliteit van de sensoren en continuïteit van burgermetingen zijn aspecten die aandacht behoeven.

Miniatuurvoorbeeld

Burgerparticipatie, een paneldiscussie onder leiding van dagvoorzitter Gert-Jan de Maagd.

De sessie over burgerparticipatie ging dieper in op de vraag wat men verwacht van de metingen. Want een paar goede metingen van bijvoorbeeld roet zullen het probleem niet oplossen: er is veel trial-and-error nodig én communicatie over de resultaten. Niet alleen de metingen zelf, maar juist ook de bewustwording onder burgers en beleidsmakers is een waardevolle opbrengst van samen meten. De belangrijkste boodschap die werd meegegeven: Je kunt meer met metingen als je samenwerkt.

Miniatuurvoorbeeld

Sensoren voor luchtkwaliteit. Een sessie onder leiding van ECN

Tijdens de sessie over sensoren zijn in zes pitches de laatste technologische mogelijkheden van een aantal sensoren besproken. Veel van de sensoren zijn nog in ontwikkeling. Deelnemers waren het erover eens dat zowel de sensoren, de bijbehorende software als de data open source moeten zijn. Sensoren hebben last van drift. Het karakteriseren en kalibreren van sensoren is zeker nodig. Een nationale aanpak is daarvoor gewenst.

Toepassingen “Sturen op een gezonde leefomgeving”. Een sessie onder leiding van TNO.

In de sessie ‘toepassingen’ zijn de mogelijkheden van (real-time) data gepresenteerd. Zo kan op basis van deze data het verkeer worden gestuurd omwille van de luchtkwaliteit en kunnen gegevens ingezet worden voor verbetering van het beleid.  Ook is er de optie om luchtkwaliteit te koppelen aan (ervaren) gezondheid. Er is nog wel veel ontwikkeling nodig, bijvoorbeeld om niet alleen real-time te kunnen meten, maar ook voorspellingen te kunnen doen. Om gedragsverandering tot stand te brengen zal daarnaast de technische kennis gekoppeld moeten worden aan de sociale.

Hoe nu verder?

Een kennisagenda en een kennisportaal

Hoe nu verder? Op die vraag gaf Marita Voogt van het RIVM antwoord.  Het RIVM heeft als doel om  een kennisagenda op te stellen. Met de opbrengen van de sessies wordt een eerste opzet gemaakt en deze wordt beschikbaar gesteld op het kennisportaal. Andere partijen wordt gevraagd hieraan bij te dragen.

Het kennisportaal samenmetenaanluchtkwaliteit.nl biedt informatie over sensoren, meetnetwerken, burgerparticipatie, en over projecten over luchtkwaliteit die nu bezig zijn in Nederland en daarbuiten. Het doel is om te leren van elkaars ervaringen en projecten onderling makkelijker af te stemmen. Bent u bezig met een project? Neem contact op via het kennisportaal.

Testen en ijken van sensoren door het RIVM

Het RIVM is  bezig met het testen en ijken van sensoren. Hiervoor worden samen met GGD Amsterdam en DCMR zes officiële meetstations ingericht. Ook andere partijen zijn welkom hun sensoren hier te testen. Het is ook mogelijk op andere meetstations sensoren voor projecten te  kalibreren. De resultaten worden  gepubliceerd op het kennisportaal. Naast veldmetingen zal het RIVM ook sensoren testen in het lab en modeltechnieken gebruiken om sensoren te ijken. Binnen een aantal jaren hoopt men de data van sensoren  te integreren in het landelijk meetnet. Daarvoor moeten we kennis en ervaring opdoen en de kennisagenda omzetten in projecten.

Het vuurwerkexperiment!

Miniatuurvoorbeeld

Joost Wesseling van het RIVM voegde de daad bij het woord. Om burgers te stimuleren zelf te meten en data te gebruiken start het RIVM met een experiment om de piek in fijnstof door het vuurwerk van Oud & Nieuw te meten. Op de vraag wie als vrijwilliger mee wilde doen, stak ruim de helft van de aanwezigen zijn hand op. Uiteindelijk hebben 75 deelnemers van het symposium een fijnstofsensor en bijbehorende instructies gekregen. De data die de sensoren doorgeven is in te zien op een online kaart.

Miniatuurvoorbeeld

Bij vuurwerk horen bubbels. Tijdens de afsluitende borrel werden de banden tussen deelnemers verder aangehaald en werd over kansen voor nieuwe projecten gesproken. Deelnemers die een sensor mochten halen, stonden in de rij! Het is duidelijk dat het symposium in een behoefte voorzag. Het is nu zaak de netwerkaanpak verder vorm te geven om uiteindelijk het samen meten aan luchtkwaliteit naar een hoger plan te tillen.

Reactie toevoegen


Reacties